Unit 8 tot 13 jaar

Unit 8-13 jaar van plek in de wereld vinden, onderzoeken en presenteren naar ontdekken van eigen kernkwaliteiten 

Kenmerken unit 8-13

Kinderen van 8 tot 13 beginnen een gevoeligheid te ontwikkelen voor wat hoort en niet hoort: wat zijn waarden en normen? Ze gaan de wereld ontdekken met als centrale vraag “Hoe werkt het en waarom?”. Ze zijn trots zijn als ze iets begrijpen en grotere verbanden kunnen leggen, ook in meer abstracte begrippen. De zelfstandigheid wordt steeds groter. 



Keuzes maken
De kinderen leren iets af te maken en samen te werken. Hierdoor wordt de eigen bekwaamheid in vaardigheden versterkt. Het kind gaat zichzelf als een persoon zien, een mens met bepaalde voorkeuren. Het ziet dat die voorkeuren per kind verschillen. Er is grip op en interesse in de buitenwereld, niet alles is meer een complete verrassing. Journaal, wereldnieuws, wereldthema’s spelen een rol, aardse interesse en kennis worden uitgebreid. Door hierin keuzes te maken wordt het voor een kind zelf helder en onderscheidt het zich van andere kinderen. Het kind zoekt andere kinderen op basis van voorkeuren uit om mee te spelen. Het oefenen van de sociale vaardigheden blijft een belangrijke rol vervullen - hoe sta ik in de groep? Het oefenen in het maken van keuzes staat centraal. Kinderen gaan ook overzien dat hun keuzes consequenties hebben. “Als ik ga lezen, kan ik niet naar de workshop geschiedenis – wat doe ik nu het liefst?”

Identiteit ontwikkelen
Een begin van identiteitsbesef ontwikkelt zich. Vooral door het contact met leeftijdgenoten. geeft energie, is spannend en draagt bij aan de vorming van een identiteit. Kinderen weten om te gaan met de letterlijke en figuurlijke ruimte en zoeken grenzen op. Ze ontwikkelen expliciete voorkeuren en meningen op het gebied van sport, cultuur, natuur, vrijetijdsbesteding, scholing, normen en waarden. Keuze van vervolgonderwijs wordt actueel. De opvoeder biedt ruimte voor het exploreren van deze eigen talenten en voorkeuren. Tegelijkertijd draagt hij nieuwe onderwerpen, technieken en inzichten aan.
We bieden mogelijkheden op het gebied van sport, kunst, cultuur en chillen. Zo kunnen kinderen experimenteren en exploreren. Het maken van eigen zelfstandige keuzes is daarbij een voorwaarde.



Groepen unit 8-13

  • 4 heterogene basisgroepen
  • 25 kinderen per groep/ 100 kinderen per unit
  • 4 coaches
  • 2 of meer spel-werkbegeleiders

Stamgroep en vier ruimtes
Kinderen zijn in stamgroepen ingedeeld onder leiding van een coach. Dit geeft de kinderen een gevoel van veiligheid en vertrouwdheid. Daarnaast heeft iedere unit vier ruimtes, elk met een eigen functie. De ruimtes worden gebruikt door alle kinderen van de unit. We onderscheiden: het schrijfatelier, de hoekenruimte, de workshopruimte en de wereldwerkplaats.

Clubroute en onderzoeksroute 
Op Laterna Magica werken we volgens twee routes:

De onderzoeksroute
Veel kinderen vinden het prettig om eigen keuzes te maken. Ze kunnen en willen leren hoe ze verantwoord via hun eigen keuzes kunnen werken. Ze leren hierdoor verantwoord keuzes te maken, hun eigen ontwikkeling onder woorden te brengen en aan te geven wat nodig is om zich verder te ontwikkelen. Deze kinderen zijn leergierig, ondernemend en voeren graag hun eigen onderzoek uit. Voor deze kinderen is de onderzoeksroute erg geschikt.

De clubroute
Voor kinderen die het prettig vinden te werken volgens een vooraf afgesproken route is er de clubroute. Kinderen krijgen via deze route dagelijkse instructie en oefenmomenten volgens een vast lesprogramma. De clubroute kan gevolgd worden voor de basisvaardigheden spellen, lezen, schrijven, rekenen. 



Workshops
Onze leerlingen volgen lessen in de vorm van workshops. Via deze doen kinderen kennis en vaardigheden op die ze direct toe kunnen passen voor een prestatie of onderzoek. 
Ook dragen we in workshops informatie over. Kinderen kunnen kiezen voor een workshop of worden hiertoe uitgenodigd. De workshops worden gegeven door leerkrachten, begeleiders, ouders en vakdocententen. 

Reken-, schrijf-, lees- en spellingclub
Iedere dag zijn er lessen over de basisvaardigheden. In deze vaste instructie- en oefenlessen werken kinderen die dit nodig hebben aan de basisvaardigheden.



Prestatie 
Een prestatie is een grote, open en moeilijke opdracht. Vanuit deze opdracht moeten kinderen hun kennis en kunde toepassen of soms uitbreiden. Kinderen kunnen kiezen om met een prestatie mee te doen of worden daartoe uitgenodigd, omdat de coach denkt dat het bij zijn / haar ontwikkeling past. 

Onderzoeksvragen 
Onderzoeksvragen hebben te maken hebben met aardrijkskunde, natuur, wetenschap, techniek, kunst, cultuur en geschiedenis. Een groepje kinderen kan bijvoorbeeld gaan uitzoeken hoe het komt dat sterren licht geven. Of wat er allemaal in de aarde zit en hoe het komt dat de aarde ronddraait. Kinderen zoeken hun onderzoeksvraag tot op de bodem uit. Vervolgens presenteren ze het resultaat. 

Spelactiviteiten
Spelen is voor kinderen een natuurlijk manier om de wereld te verkennen en hun beeld van de wereld te vergroten. Via een rollenspel bijvoorbeeld. Of via experimenteren met materialen. 
Vanuit het spelgedrag van jonge kinderen pikken leerkrachten of begeleiders mogelijkheden op om het spel te verrijken. Zo verbreden en verdiepen ze hun kennis en vaardigheden. Vanuit het spelen ontstaan vaak onderzoeksvragen over de echte wereld. 

Bewegen
Kinderen kunnen op allerlei tijdstippen van de dag kiezen om lekker te bewegen. We hebben een docent bewegingsonderwijs en een docent dans. Onze docenten organiseren workshops in de sporthal naast de school en onze danszaal. 
Ook buiten organiseren we activiteiten meteen leerkracht of begeleider. Op het voetbalveld, in de speeltuin in het Theo van Goghpark of in onze binnentuin.



Eten en drinken
Op variabele en op vaste momenten van de dag eten en drinken we. Elke unit heeft daarin zijn eigen ritme. Lunchen doen we gezamenlijk in de stamgroepen. Kinderen bepalen zelf wanneer ze hun tussendoortje nemen. Door zelf hun eetmoment te bepalen leren kinderen op hun eigen gevoel af te gaan en verantwoorde keuzes te maken. Wanneer een kind bijvoorbeeld net met iets bezig is, hoeft dat werk niet onderbroken te worden. Het kind kiest dan later zelf een geschikt moment om te eten. 
Kinderen die een tussendoortje nemen, doen dat in het restaurant. Restauranthouders zorgen dat het restaurant er netjes en schoon bijstaat.